Dit jaar worden vele herinneringen opgehaald aan en komen vele herinneringen boven van het jaar 1959. 1959 is een belangrijk en bijzonder jaar voor mij, en het was ook een mooi jaar. In dat jaar slaagde ik voor het eindexamen hbs-b, en verliet het ouderlijk huis en ging studeren aan de Landbouwhogeschool, nu Wageningen UR, te Wageningen. Toen was ik een jongeman van 17 jaar, die net begonnen was met roken, zij het in zeer lichte mate. Zijn eerste biertje dronk hij niet op de eindexamenfuif maar iets later, op de avond vóór de internationale motorcross, die in die tijd jaarlijks op de vierde zondag in juli in zijn geboortedorp plaatshad.
Wat me het meeste is bijgebleven is de zomer van 1959. Warm en droog, maar niet onaangenaam. Die zomer begon al in mei. De r.-k. hogereburger- school “Marianum” te Groenlo, een school toen geleid door paters Maristen, bestond uit een stenen hoofdgebouw en een aantal houten barakken. We moesten in 13 vakken eindexamen doen, schriftelijk en/of mondeling. Dat zijn wel wat meer vakken dan het huidige eindexamen vwo. Tijdens het schriftelijk examen in de eerste helft van mei was het al aardig warm in die barakken. Nogal zweten dus met dat examen.
En dan de maanden juni, juli en augustus. Van die maanden kon ik uitgebreid genieten, want ik had een hele lange vakantie. En ik vond het heerlijk om mee te werken op de boerderij in Lievelde, toen gemeente Lichtenvoorde, nu gemeente Oost Gelre. Ergens naar toe gaan was er nog niet bij op de boerderij, hoogstens voor een dag of een middag. Om bijvoorbeeld een kamer te zoeken in Wageningen. De droogte deed veel kwaad in 1959. Tegenwoordig zou er al gauw gesproeid worden, toen gebeurde dat eigenlijk nog helemaal niet. Het hooien ging wel vlot, maar het gras groeide natuurlijk niet. Er kwam een tekort aan voer voor de melkkoeien en de boeren in de drogere streken moesten daarom met voer uit andere gebieden geholpen worden. Voor het transport van het voer werd zelfs het leger ingeschakeld. Onze koeien konden het zonder hulp van elders stellen, alhoewel de melkproductie door de geringere grasgroei lager was. Daarnaast ontstond er een tekort aan water voor het rundvee. Daarvan hadden wij weinig last, omdat onze boerderij in 1958 op de waterleiding was aangesloten. We konden daardoor juist andere boeren, buren, helpen.
Onze boerderij was toen nog een echt gemengd bedrijf. Niet alleen het gras maar ook het graan deed het niet goed in 1959. De oogst verliep natuurlijk heel gemakkelijk en snel. Wel wat anders dan in 1956, toen in september de alweer groen uitgelopen hokken haver nog binnengehaald moesten worden. Op de eerste mooie zondag in die maand september, ik weet niet meer welke zondag in september dat was, zei de pastoor in de kerk, dat hij de preek kort hield opdat er aan de oogst gewerkt kon worden. De eerste keer, dat met toestemming van de pastoor op zondag op het land gewerkt mocht worden! Tegenwoordig is het heel gewoon zondags buiten het melken en het verzorgen van vee nog ander werk op de boerderij te doen.
Als ik het goed heb werd in 1959 op onze boerderij de rogge voor het eerst met door een tractor getrokken zelfbinder gemaaid. Die tractor met zelfbinder was van de coöperatieve werktuigenvereniging. De haver deden we nog zelf met paard en machine maaien en dan opbinden met de handen. Een maaidorser zag je toen nog haast niet in de Achterhoek. Voor het binnenhalen van de oogst werd er in een tweeploegendienst gewerkt. Ik haalde met paard en wagen, samen met moeder of broer of zus, het graan van het land, mijn vader samen met andere broer(s) en zus(sen) leegde dan in de ‘schoppe’ de wagens. Zeker tot mijn twintigste heb ik veel meegewerkt op de boerderij. Ik was de oudste zoon, en mijn vader was enigszins gehandicapt. Daarom moest ik nogal vaak het loopwerk met het paard doen. Vond dat niet erg, deed het graag.
De aardappeloogst was in 1959 bij ons echt slecht. Toevallig dat jaar werden de (consumptie)aardappelen op een hoog gelegen stuk land geteeld. Normaliter kwamen er van twee are aardappelen zo’n tien karren met grote aardappelen, in 1959 was het heel veel kleine aardappelen en nauwelijks één kar vol grote. De eigen behoefte was ternauwernood gedekt, er kon niets verkocht worden.
1959 was een jaar van veranderingen op de boerderij. De dienstmeid ging de deur uit, omdat zij te duur werd. Omstreeks dat jaar gingen de lonen van meiden en knechten nogal omhoog. Hier en daar verdween dus de meid en/of de knecht van een boerderij. Maar er was een werktuigenvereniging, die zo nu en dan ingeschakeld kon worden. En op onze boerderij kwam een melkmachine. Ter compensatie van het vertrek van de dienstmeid en van mijn vertrek naar Wageningen?! Er waren zo’n tien koeien op de boerderij en tot dan werd er soms door vijf personen met de hand gemolken.
In Beneden-Leeuwen, de geboorteplaats van mijn overleden vrouw, hadden ze in 1959 nog op een andere manier last van de droogte. Op een zondag- namiddag in augustus was de pastoor aldaar een nieuw voetbalveld aan het inzegenen. Maar plotseling was er brand: de vlammen sloegen uit een huis met rieten dak. Iedereen wilde de brand zien en de inzegening van het sportveld werd afgeblazen. Mijn vrouw stond bij de voordeur van een ander huis met rieten dak naar de brand te kijken. Op een gegeven moment keek zij naar boven: stond dat huis ook in brand. Iets later sloeg de brand over naar een derde huis met rieten dak verderop. Het riet was natuurlijk kurkdroog en door de wind werden gemakkelijk vonken overgebracht! Verschillende huizen met rieten daken moesten trouwens nat gehouden worden!
In september 1959 ging ik naar Wageningen. Voor mijn verhuizing, van een koffer, een paar tassen en een fiets, reed ik mee met een vrachtwagen van Grolsch(!). Ik wilde lid worden van de katholieke studentenvereniging St. Franciscus Xaverius en volgde bij die vereniging de ontgroening. Dat was niet prettig, maar wel goed. Wageningen was toen een saaie plaats, nu niet meer. Daarom was toen het lidmaatschap van een studentenvereniging zeker nuttig en aangenaam. Na de ontgroening begon ik aan het eerste studiejaar, de propedeuse. College lopen dus.
De eerste bijeenkomst ter herinnering aan 1959 is dus al achter de rug: het tiende lustrum van het Jaar 1959 van mijn studentenvereniging. Binnenkort is er een reünie ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van “Marianum”. Kan ik lui ontmoeten, die in 1959 op die school slaagden voor het eindexamen. In het najaar, in oktober, is er in Wageningen een terugkomdag voor al diegenen, die in 1959 met hun studie aan de Landbouwhogeschool zijn begonnen. En dan is er in september nog een bijeenkomst voor de ouderen onder de in Wageningen afgestudeerde veetelers, zoötechnici en dierwetenschappers. Die bijeenkomst heeft evenwel weinig met 1959 te maken. Natuurlijk, een aantal veetelers in 1959 begonnen met de studie aan de Landbouwhogeschool zal daar ook bij zijn.
zondag, april 26, 2009
vrijdag, april 24, 2009
50 jaar Jaar 1959 KSV St. Franciscus Xaverius, Wageningen
Met het Jaar 1959 van KSV St. Franciscus Xaverius hebben we gisteren in Deventer gevierd, dat we straks, in september, 50 jaar geleden begonnen zijn aan onze studie aan de Landbouwhogeschool te Wageningen. Een hele gezellige bijeenkomst met jaargenoten en hun partners. Heel veel


stellen zijn al jaren samen! En het waren, helaas, alleen jaargenoten, die hun studie voltooid hebben. Het merendeel van de aanwezigen heeft elke reünie van het jaar, om de vijf jaar, bijgewoond. Enkelen waren nu voor het eerst op een reünie aanwezig. Ik heb meerdere reünies bijgewoond, maar voor mij was het de tweede keer samen met mijn vriendin Attie.
Het jaar 1959 is voor mij, en voor anderen denk ik ook, een heel belangrijk jaar. Dit jaar, 2009, is een jaar, waarin daarover vele herinneringen worden opgehaald. Daarvan zal ik de komende tijd wel het een en ander laten merken.
Abonneren op:
Posts (Atom)
+(b).jpg)